Activiteiten & Actueel

BLOEMEN EN INSECTEN KUNNEN NIET ZONDER ELKAAR

Verslag van de lezing door Frans van Bussel op 16 oktober 2018

“Ook bij bloemen en insecten  speelt het marktprincipe,  je geeft wat en je krijgt er wat voor terug”, vertelde Frans van Bussel ons. Bloemen leveren nectar en stuifmeel aan de insecten en tijdens het foerageren bestuiven de insecten de bloemen. Maar er zijn ook bloemen die geen insecten nodig hebben om zaad te vormen. Van alle planten in ons land kan 20% , waaronder  sneeuwklokjes en kweeperen, zichzelf bestuiven. De bijenorchis kan ook zichzelf bestuiven, maar wordt ook geholpen door insecten. Ook de wind speelt een rol. Planten met veel en licht stuifmeel zoals weegbree, bijvoet, walnoten en bv. hazelaars behoren tot de 7 % van de bloemen die door de wind bestoven worden. Hun bloemen zijn onopvallend, want ze hoeven niet met hun kleur of geur de aandacht op hun bestaan te vestigen.

De meeste bloemen doen dat wel en lokken zo allerlei soorten insecten. Dat zijn allereerst de vaste bloembezoekers zoals bijen, hommels en vlinders. Vliegen en muggen zijn los/vaste gasten en kevers en wantsen behoren tot de toevallige bezoekers. En dan kunnen bloemen ook nog te maken krijgen met kwalijk bezoek van krabspinnen en oliekevers. Krabspinnen kunnen de kleur van de bloem aannemen en zo onzichtbaar worden voor bezoekende insecten, die daardoor een makkelijke prooi worden. Voor oliekevers behoren bloemen tot hun lievelingskostje. Om zich te verdedigen tegen gevaar kunnen ze een irriterende olieachtige substantie afscheiden.

Insecten hebben allemaal hun eigen voorkeur voor kleur, kleurpatronen, geur en bezoektijden van de bloemen. Hommels prefereren blauw/paarse bloemen, wespen worden aangetrokken door de kleuren geel en paars en zweefvliegen geven de voorkeur aan gele bloemen. Honingbijen zijn niet zo kieskeurig, zij vliegen  op veel soorten bloemen om aan hun kostje te komen en zij kunnen daarvoor zo nodig een paar kilometer vliegen.

Honingbijen zijn niet zo kieskeurig, zij vliegen  op veel soorten bloemen om aan hun kostje te komen en zij kunnen daarvoor zo nodig een paar kilometer vliegen. 

Honingbijen, hommels en sommige wespensoorten zijn sociale insecten, ze leven in groepen. Wilde bijen, waarvan er nog 300 soorten leven in Nederland, leven alleen. Sommigen zijn zo groot als mieren, anderen hebben het formaat van de  honingbij. Ze verzamelen allemaal op hun eigen wijze stuifmeel en nectar. Sommigen vliegen maar op één soort bloem en zijn daarmee heel kwetsbaar.

Het voortbestaan van insecten wordt bedreigd door verarming van de flora, door het gebruik van neonicotinoïden, verdelgingsmiddelen die de werking van het centrale zenuwstelsel verstoren,  en door het ver uiteen liggen van voedselaanbod en nestgelegenheid. Solitaire bijen kunnen maar 50 tot 100 meter vliegen naar hun voedselaanbod en de nestgelegenheid moet daar dus vlakbij liggen. Zij nestelen in de grond in horizontale of verticale nestgangen, in hout en in bloem- en grasstengels.  Uit de eerst gelegde eitjes in de nestgang komen vrouwtjes, uit de laatst gelegde de mannetjes. Bij het uitvliegen kunnen ze zo meteen voor nageslacht zorgen.

Gezien de terugloop van de insectenstand is er voor ons met onze tuinen  een nuttige taak weggelegd. Gebruik geen kunstmest en niet-natuurlijke bestrijdingsmiddelen, zorg voor diversiteit van beplanting in de tuin, voor rommelige hoekjes en wat inheemse planten. Zo kunnen wij ons steentje bijdragen aan het voortbestaan van de nuttige insectenwereld, die we zo nodig hebben voor onze voeding.  

Inke Mensink

meer
klik op het logo om de website van de adverteerder te bezoeken

Voordelen voor leden

  • Prachtig maandblad
  • Lezingen zijn gratis - niet-leden betalen € 4
  • Plantenruilbeurzen zijn exclusief voor de leden
  • Cursussen en workshops beduidend goedkoper dan voor niet-leden
  • Exclusief voor de leden: lid worden van één van onze tuinclubs
25
Mar
Actie tegel eruit en plant erin Intratuin BEEMSTER
22
Mar
Beloond voor wachten op de zon