Groentips & Groeninfo

Bladgroenten voor de moestuin

Als je begint met moestuinieren, is het wel zo leuk dat het lukt. Daarom is hierna een overzicht opgenomen van meerdere rassen van bladgroenten. Het is geen uitputtende lijst. We zijn benieuwd naar jouw ervaring met het kweken van bladgroenten. Verder zijn er vaak ook opgekweekte plantjes verkrijgbaar die je in kweekbakken en/of de volle grond kunt zetten. Dat is duurder maar je hebt je moestuin dan wel eerder aangekleed. Bovendien kun je in verhouding eerder oogsten.

De ontwikkeling van rassen en soorten staat niet stil. Daarom is er bewust voor gekozen om terughoudend te zijn met het noemen van rassen. Elke hovenier die zich heeft toegelegd op moestuinieren zal je op weg kunnen helpen. Verder is er veel geschreven over moestuinieren. In De Boekenkast zijn een paar boekbesprekingen opgenomen die je wellicht op weg kunnen helpen: "De groentetuin van A tot Z" en "Jelle's makkelijke moestuin".

Andijvie

Andijvie is familie van de witlof en de cichorei. Rauw lekker als salade of in de stampot. Er zijn twee verschillende vormen: de breedbladige of lepelbladige andijvie en de krulandijvie. Andijvie schiet in de zomerteelt snel door maar de zomerteelt is wel de meest bekende en gebruikte teelt. Krulandijvie kan slecht tegen vorst en is het best geschikt voor het voorjaar en de zomer. Andijvie houdt van vochtige grond. Dus in de zomer moet je bij droogte regelmatig water geven.

Er zijn vrijwel geen ziektes afgezien van "rand". "Rand" is een ziekte waarbij de randen van het blad verdorren. Deze randen kan je wegsnijden en de rest van het bald kan wel worden gebruikt. Vers geoogste andijvie kan je niet lang bewaren. Wel kan je blancheren en invriezen. Je moet oppassen dat je geen krulandijvie in de buurt van de breedbladige soort zaait, want andijvie kruist heel gemakkelijk. Andijvie groeit op alle gronden zolang deze maar vochthoudend en voedzaam is. Andijvie is gevoelig voor zout. Mest daarom in twee keer. Er zijn dan ook bijzonder veel rassen.

Cichorei (groenlof)

Cichorei heeft meerdere benamingen: radicchio en roodlof. Het is familie van de andijvie. Er zijn twee soorten: rassen die zachte sla-achtige bittere bladeren maken (groenlof = Chioggia-type), en de rassen die harde knasperige rassen maken (zoals witlof = Verona-type). Bijna altijd zijn de kropjes in meer of mindere mate roodachtig van kleur. Cichorei neemt niet zoveel ruimte in.

De roodachtige kleur ontwikkelt zich bij lagere temperaturen. Daarom wordt deze soort in de zomer of nazomer gezaaid. Als je eerder zaait, schiet deze cichorei in de zomer snel door. Cichorei kan een paar graden vorst goed verdragen. Cichorei heeft niet veel voeding nodig. Hij groeit goed op een luchtige niet al te zure bodem. In de zomer geef je water naast de planten, niet erop. Als je hebt geoogst, kan je ze hooguit twee dagen bewaren. Daarna verleppen de bladeren.

Sla (algemeen)

Voor sla maak je een plekje in je moestuin. Sla is erg lekker. Sla kiemt snel, groeit snel en je kan vrij snel oogsten. Sla is gemakkelijk te kweken. Sla groeit gemakkelijk op lemige grond met een hoog humusgehalte en liefst gelijkmatige vochtigheid. Sla moet een vrij zonnige standplaats hebben. Op beschaduwde bedden en op zandige koude grond lukt het minder goed. Sla is bekender als voor- en nateelt dan als hoofdteelt. Hierna zijn de meest voorkomende soorten beschreven. Een bijzondere soort is de eikenbladsla.

Sla (bindsla)

Het is een aparte slasoort die je bijna niet in de winkels tegenkomt. Het is een vorm waarbij de krop niet op een roos van bladeren ligt, maar verticaal omhoog komt. Alle bladeren zijn opeengepakt. De bladeren zijn dan ook heel mals. Bindsla neemt weinig ruimte in en is erg lekker. Niet alleen als sla maar ook als stoofsla. Deze slasoort ziet er ook mooi uit en misstaat niet in een siertuin. Zie voor de wijze van telen, de grondsoort en de standplaats onder "Sla (algemeen)". Bindsla kan je een dag langer in de koelkast bewaren dan kropsla. Andere namem voor bindsla zijn "Cos" en "Romaine". Deze soort sla kun je iets krapper uitplanten dan de andere slasoorten omdat de groei verticaler is.

Sla (kropsla)

Zo rond de langste dag van het jaar kan kropsla vrij gemakkelijk doorschieten. Sla is gemakkelijk te kweken en erg lekker (net als de andere soorten). Kropsla wordt in de moestuin van alle bladgroenten het vaakst geplant. Er is een onderscheid tussen rassen voor de bak of de folietunnel, vroege rassen voor de koude grond, zomersla en winterrassen. Zie voor de wijze van telen, de grondsoort en de standplaats onde "Sla (algemeen)".

Sla (pluksla)

Pluksla kweek je waar de teelt van kropsla moeilijkheden geeft. Hij groeit op minder zonnige plekken en zelfs in de schaduw doet hij het nog goed. Pluksla is een apart soort sla. Deze soort vormt geen krop maar kleine planten met losse bladeren die je jong plukt. Pluksla schiet niet zo snel door. Dat maakt hem geschikt voor de zomerteelt. Pluksla is niet goed te bewaren.

Sla (snijsla)

De teelt van snijsla is vergelijkbaar met die van pluksla. Hij heeft niet zo veel licht en zon nodig als kropsla. Hij wordt net als de kropsla boven de wortelhals afgesneden en groeit niet meer aan. Snijsla lijkt op kropsla. Alleen vormt hij geen krop en is los gebouwd. Een echte aanrader om mee te beginnen in de moestuin. Ook weinig gevoelig voor ziektes e.d.

Sla (veldsla)

Veldsla is een erg lekkere bladgroente. Het leuke aan veldsla is, dat je hem teelt in de maanden dat er niet veel te telen valt. Het is een slasoort die je gemakkelijker teelt dan kropsla.  Als het harder dan een graad of vijf vriest, heeft veldsla wel enige bescherming nodig. Heeft dezelfde standplaats, grondsoort en verzorging nodig als de andere slasoorten. Er zijn twee soorten veldsla: breedbladige en rondbladige. Er zijn veel rassen verkrijgbaar.

Sla (ijsbergsla)

IJsbergsla is een geliefde slasoort. Het is de knapperigste sla van alle slasoorten en lekker fris. Wel is dit één van de meest lastige soorten om te telen. De krop is net zo knapperig als in de winkel maar wel wat minder compact. Bij twee op de tien ijsbergslaplanten vormt zich geen krop. Hoe dat kan, is onduidelijk. Deze slasoort kan veel minder goed tegen koude dan kropsla. Er zijn heel weinig rassen voor de late herfst- of vroege voorjaarsteelt.

Snijbiet

Er zijn twee soorten snijbiet: bladsnijbiet en steelsnijbiet. In de hobbytuin wordt vrijwel uitsluitend snijbladbiet gekweekt. Snijbiet krijgt een veel groter blad dan spinazie, maar je moet het niet te groot laten worden. Want als de bladeren ouder worden, gaan ze steeds bitterder smaken. Als je oogst, moet je de groente dezelfde dag nog gebruiken. Snijbiet is als groente niet verkrijgbaar in de winkels. Daarom is het leuk om het zelf te telen. Snijbiet stelt weinig eisen aan de grond (mits deze niet te droog is) en aan het klimaat. Hij verdraagt vorst en in beschutte tuinen is hij winterhard. De teelt kan bijna niet mislukken. Je kunt snijbiet telen voor:

  • De teelt van het jonge blad
  • De teelt van de brede platte bladribben
  • De teelt van mooie groenten
Spinazie

Spinazie is een uitgesproken voorjaars- of herfstgroente. Spinazie groeit op elke goede tuingrond met een perfecte bodemstructuur. Extreem lichte grond en zware, weinig luchtige grond zijn ongeschikt. Zomerteelt heeft behoefte aan koelte en iets meer schaduw. De andere teelten hebben behoefte aan een zonnige standplaats. Er zijn twee groepen spinazie: scherpzadige rassen en rondzadige rassen. Scherpzadige rassen groeien snel maar schieten ook snel in het zaad. Deze rassen zijn geschikt voor vroege teelt en winterteelt. Rondzadige rassen groeien langzamer en schieten minder snel in het zaad. Deze rassen zijn geschikt voor de zomerteelt, warme lenteteelt en herfstteelt.

Het is niet zo gemakkelijk om spinazie zelf te kweken. Spinazie wordt opgevreten door muizen, rot snel en schiet snel door. Spinazie heeft veel behoefte aan voedingsstoffen. Maar kijk uit met stikstofgiften in verband met de nitraatopslag. Al is het niet gemakkelijk om succesvol spinazie te kweken, laat je vooral niet ontmoedigen en probeer het gewoon. Zorg dan voor optimale omstandigheden en zaai bij voorkeur in het zeer vroege voorjaar. Tip: gebruik ziekteresistente of hybridesoorten (geforceerde zaden). Voor de liefhebbers is er ook - zij het vrij moeilijk - Nieuw-Zeelandse spinazie verkrijgbaar.

Witlof (Brussels lof)

Witlof is een teelt die nogal uitgebreid is. Je kweekt namelijk eerst de wortels en later pas de wortels. Het is wel erg leuk om het eens te proberen. Witlof groeit op alle gronden mits deze maar luchtig is en een goede structuur bezit. Ze maakt lange wortels en heeft vocht nodig maar kan niet tegen grond die kletsnat blijft. Witlof kleurt na de oogst snel bruin. Er zijn veel rassen verkrijgbaar. Het is voor beginners wel aan te raden een goed boek over moestuinieren erop na te slaan hoe je witlof teelt.

meer

Voordelen voor leden

  • Prachtig maandblad
  • Lezingen zijn gratis - niet-leden betalen € 4
  • Plantenruilbeurzen zijn exclusief voor de leden
  • Cursussen en workshops beduidend goedkoper dan voor niet-leden
  • Exclusief voor de leden: lid worden van één van onze tuinclubs
21
Jan
Kruiden en appelmoes - Blik op de Tuin 884
15
Jan
Vergeten smaakmakers en paradijskorrels (Blik op de Tuin - 884)